In de eerste
maanden van zijn leven maakt een pup in razend tempo een groei door, zowel
lichamelijk als geestelijk. De plaatjes onder de verschillende fase's hebben
betrekking op de leeftijd van de hond en welke leeftijd het kind op dat moment
zou zijn.
De vegetatieve fase - Van
geboorte tot 3e week
Als de pup geboren wordt is deze totaal afhankelijk van de zorg van z'n
moeder. De lichaamsfuncties die op dit moment functioneren zijn gericht op
groeien. De pup wordt blind en doof geboren, maar z'n reukvermogen is wel
ontwikkeld. De handelingen die een pup uitvoert zijn gericht op het drinken van
melk en het verbaal contact maken met z'n moeder, door piepende en zonodig
schreeuwende geluiden voort te brengen. In deze periode kunnen we de pup al
laten wennen aan de geur van mensen, door hem dicht tegen ons aan te houden.
Na ongeveer 2 weken gaan de
oogjes van de pup open en opent ook de gesloten gehoorgang zich. Ook gaat het
hondje krachtiger bewegen. Omdat de zintuigen steeds ontvankelijker worden voor
prikkels, is de pup in staat steeds meer indrukken op te doen, van het nest
waarin hij zich bevindt en van de mensen in zijn omgeving.

Hond 2 tot 4 weken
Kind 1 tot 2 jaar
De
socialisatieperiode -gericht op soort- vanaf
de 3e t/m de 7e week
Als de pup zo'n 3 weken oud is, zal hij het nest (de werpkist) gaan
verlaten en de wereld om zich heen verkennen. Dit is ook de tijd waarin de
tandjes doorkomen en de pup het eerste vaste voedsel gaat eten. In de komende
weken zal de pup alle prikkels uit zijn omgeving opslaan in zijn geheugen. Het
is dan ook zaak als verantwoordelijke (fokker) er voor te zorgen dat er
voldoende prikkels aangebonden worden. Kortom de pup moet datgene meemaken, waar
hij de rest van zijn leven ook mee te maken krijgt.
Om zich tot een geestelijk gezonde hond te ontwikkelen moet hij dus veel
verschillende mensen, dieren en dingen zien. Wordt een pup een omgeving met
andere mensen, honden , andere huisdieren en allerlei huishoudelijke situaties
en geluiden onthouden, kan hij hier de rest van zijn leven zeer angstig
op reageren.
Deze fase kan nooit meer
ingehaald worden!
Honden die niet of
onvoldoende gesocialiseerd zijn, kunnen het zgn. kennelsyndroom
ontwikkelen. Dit kennelsyndroom kan zich in allerlei gradaties voordoen.
Zo kan de hond een kennelsyndroom t.o.v. mannen hebben of kinderen of t.o.v.
alle mensen. Deze hondjes zijn meestal geboren bij een fokker die een hok vol
honden heeft, maar verder niets met de puppy's doet. (de beruchte broodfokkers).
Helaas is het kennelsyndroom niet "te genezen". In het asiel kom je
veel van deze honden tegen. Vaak verklaart men het angstige gedrag door de
vorige eigenaar mishandeling van de hond in de schoenen te schuiven.
Dit is echter niet het geval!
De angst die een hond met een kennelsyndroom laat zien is typisch voor dit
syndroom. De hond zal uit angst nl. niet bijten of vluchten , maar totaal
verstarren en in deze verstarde houding als een standbeeld blijven staan. Een
kennelsyndroom t.o.v. andere honden ontstaat als de pup zonder andere honden
opgroeit. Dit kan gebeuren als bijv. de moeder van een enkele pup sterft na de
geboorte van een pup.

Hond 4 tot 8 weken
Kind 2 tot 4 jaar
De socialisatieperiode
-gericht op de omgeving-
vanaf
de 8e t/m de 12e week
Slaat de pup tijdens de soortgerichte socialiseringsperiode allerlei
informatie van buitenaf in zijn hersentjes op, tijdens de 2e socialisatieperiode
krijgt deze informatie een vaste plaats en is de pup in staat deze informatie
optimaal te benutten, dus te leren. Daarom is de beste leeftijd om een
pup in huis te nemen rond de 7e, 8e week. In deze periode kan al met de
opvoeding/training begonnen worden. Wel is het van belang negatieve ervaringen
te vermijden in deze periode. Dit betekent niet dat U de hond van de wereld moet
afschermen! Juist nu de wereld om de pup heen steeds groter wordt, is het zaak
hem met deze zaken vertrouwd te maken. treedt nooit, als Uw pup ergens van
schrikt of als er iets negatiefs gebeurt, angstbevestigend op!!! Dit betekent in
de praktijk: niet troosten, niet aanhalen of optillen of zelfs iets tegen hem
zeggen of hem bemoedigend aankijken. Als U stil blijft staan op het moment dat
er een vrachtwagen aankomt, geeft U al aan dat er iets bijzonders gebeurt. En
dat bijzondere zou de pup wel eens heel eng kunnen vinden. Gewoon door blijven
lopen dus. Uw pup heeft alle vertouwen in U, zijn roedelleider. wees zijn goede
voorbeeld.
Dus:
~ Lekker met de pup op stap, overal naar toe, park, winkels, schoolpleinen, bus en trein.
~ Kennis laten maken met andere dieren zoals katten, eenden enz. en natuurlijk andere honden, want die zijn er ook in alle soorten
en maten.
~ Maar niet optillen of troosten en niet overdrijven, teveel prikkels ineens kunnen hem beangstigen.

Hond 8 tot 12 weken
Kind 4 tot 7 jaar
De rangorde periode -12e
t/m 16e week
In deze tijd bepaalt de pup door middel van allerlei stoei- en
rangordespelletjes, waar hij overigens al veel eerder mee begonnen is,
definitief zijn plaats in de groep.
Dit is van belang om te weten wanneer U met Uw hond speelt. Zorg ervoor dat U
bepaald wanneer er gespeeld wordt, wanneer het spelletje stopt en in altijd het
laatste spelletje, om Uw ranghogere positie te bevestigen.
Ook het bijten in handen moet gecorrigeerd worden. In een roedel honden mogen de
puppy's tot zo'n week of 12 erg veel van de volwassen honden. De volwassen
honden stellen zich tot die tijd tolerant op. Daarna dienen de pups zich aan
"hondse"regels te houden dit wordt o.a. duidelijk tijdens het eten. de
pup wordt nu door een oudere hond weggesnauwd als hij eten probeert weg te
nemen. Het is duidelijk dat consequent handelen van U als baas, hoe moeilijk
soms ook, een "must"is.
De uitspraak dat een ouder hond een pup niets zal doen is een fabeltje.

Hond 12 tot 18 weken
Kind 7 tot 11 jaar
Na de 16e week
U heeft Uw pup bij een goede en verantwoordelijke fokker gekocht. Voor
een verantwoorde 1e socialisatie (gericht op soort) is zorg gedragen. U heeft de
pup zindelijk gemaakt, verzorgt, opgevoed en gesocialiseerd.
Na 16 weken houdt het echter niet op. Als U een sociale pup bezit en U wilt hem
sociaal houden, zult U indrukken, als vreemde mensen, dieren, deelnemen aan het
verkeer e.d. moeten blijven bekrachtigen. Dit betekend in de praktijk dat U Uw
hond zoveel mogelijk overal mee naar toe moet blijven nemen.
Van 12 weken tot een half jaar zit het hondje in de zgn. "angstfase".

Hond 5 tot 9 maanden
Kind 11 tot 14 jaar
De pubertijd
Voor teven valt de pubertijd meestal rond de eerste loopsheid. Ook bij
reuen valt deze vaak samen met de seksuele rijping. Honden van een klein ras
zijn lichamelijk en geestelijk sneller volwassen.
Officieel begint de pubertijd op
de leeftijd van 6 maanden. Tijdens de pubertijd, zullen sommige honden opnieuw
hun grenzen gaan verleggen. Opnieuw benadrukken wij hoe belangrijk het is om
consequent leiding te blijven geven en initiatieven van de hond om hogerop te
komen, meteen te ontmoedigen.
Voor opvoeden moet veel tijd en
vooral geduld geïnvesteerd worden, en stopt niet na de pubertijd..
Het streven is harmonie bereiken en behouden.

Hond 9 tot 12 maanden
Kind 14 tot 17 jaar